Op maandag 17 juni presenteerde minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV)  haar toekomstvisie op een duurzame landbouw/kringlooplandbouw. In dit Realisatieplan gaat ze dieper in op hoe de vorig jaar gepresenteerde toekomstvisie van het ministerie bereikt gaat wordt. Onze mening? Dit plan gaat niet zorgen voor de transitie naar ecologische landbouw met minder dieren.

 

Noodzaak is bekend, maar acties ontbreken

We hebben nog iets meer dan 10 jaar om rampzalige klimaatverandering te voorkomen. De natuur op het platteland is nog maar een fractie van wat het een halve eeuw geleden was. Hoewel de minister de urgentie van deze problematiek lijkt te delen, leidt dit niet tot de acties die zo nodig zijn. Het plan is een samenraapsel van vage voornemens, pilots, taskforces en een bloemlezing van initiatieven die al gaande zijn. Terwijl het belangrijk is dat er een omslag komt naar ecologische landbouw met veel minder dieren. Alleen daarmee kunnen we het tij keren op het gebied van klimaat en biodiversiteit.

Herman van Bekkem, campagneleider duurzame landbouw bij Greenpeace stelt: “De tijd van pilots en taskforces is voorbij. Ons klimaat en de natuur vragen om daadkracht, niet om een halfslachtige aanpak.’ Voor alle doelen die de minister aanhaalt, of het nou gaat om bodem-, lucht-, water- en natuurkwaliteit, landschap, biodiversiteit, klimaat of dierenwelzijn, is de meest effectieve maatregel simpel; minder dieren en een transitie naar ecologische landbouw. Daar gaat dit realisatieplan niet toe leiden.”

 

Klimaat en natuur hebben baat bij minder dieren

De minister schrijft in het plan: ‘in samenspraak met alle stakeholders te willen werken aan de doelen voor bodem-, lucht-, water- en natuurkwaliteit, landschap, biodiversiteit, klimaat, voedselveiligheid en dierenwelzijn’. De meest effectieve maatregel om deze doelen te bereiken is simpel: minder dieren. Neem als voorbeeld het klimaat: 12% van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland wordt veroorzaakt door de veestapel. Wetenschappers zeggen daarom dat het onvermijdelijk is om het aantal koeien, kippen en varkens te laten krimpen. Ook de natuur heeft baat bij minder dieren: de enorme hoeveelheid mest zorgt voor veel ammoniakuitstoot die vervolgens weer zorgt voor een verstikkende deken van stikstof in onze natuurgebieden. Daardoor gaat het slecht met vlinders, vogels en planten. Ook draagt mest bij aan de uitstoot van fosfaat, wat terecht komt in de bodem en het oppervlaktewater.

 

Geen nieuwe plannen voor krimp veestapel

Onlangs heeft de Raad van State een uitspraak gedaan over stikstofuitstoot, die directe gevolgen heeft voor de bouw van nieuwe stallen. De minister had deze uitspraak kunnen aangrijpen om met beleid te komen om de veestapel te laten krimpen. Maar het plan vermeldt, naast de al bestaande plannen voor sanering van de varkenshouderij (die waarschijnlijk leidt tot een klein beetje minder varkens), geen nieuwe stappen voor een kleinere veestapel. Dat is een gemiste kans. Niet alleen het klimaat en de natuur worden de dupe hiervan, ook de boeren betalen de wrange rekening. Uiteindelijk is krimp van de veestapel onvermijdelijk om de klimaatdoelstellingen van Parijs te kunnen halen. Nu ingrijpen zou ze de ruimte geven om hun bedrijf geleidelijk om te vormen naar ecologische dierhouderij.

 

Kringlooplandbouw nog ver weg

Echte kringlooplandbouw vraagt om veel betere afstemming van het aantal dieren op plantaardige productie. Zo kan de mestkringloop gesloten worden. Nu wordt er krachtvoer zoals soja aangesleept van over de hele wereld en blijven we zelf achter met een immens mestoverschot. De minister geeft aan in te willen zetten op de productie van alternatieve eiwitten om soja te vervangen, maar in echte kringlooplandbouw eten koeien gras, en varkens en kippen resten uit de voedselindustrie. Regionalisering van voerproductie is een goede stap, maar moet hand in hand gaan met forse krimp van het aantal dieren. Doordat dit onbespreekbaar lijkt, blijft kringlooplandbouw nog buiten bereik.

 

Geen concrete aanpak bijengif en glyfosaat

Het wordt stil op ons platteland. Insecten verdwijnen in rap tempo, van typische boerenlandvogels als de grutto is nog maar een fractie over van de bloeiende populaties van een halve eeuw geleden. Geen wonder, want Nederland staat in de Europese top als het gaat over gifgebruik en het aandeel intensieve landbouw areaal groeide van 79% (2001) tot 91% (2017). De minister spreekt over de noodzaak om vervuiling van (onder meer) bestrijdingsmiddelen terug te dringen, maar de concrete aanpak hiervoor laat op zich wachten. Er wordt niet gesproken over de noodzakelijke aanscherping van de risicobeoordeling van bestrijdingsmiddelen voor bijvoorbeeld wilde bijen en hommels. Verder dringen wetenschappers al jaren aan te stoppen met het gebruik van neonicotinoïden en vraagt de politiek om het uitbannen van glyfosaat. Hierover staat geen woord in het plan.

 

Biologische landbouw verdient meer steun

Nederland is achterblijver op het gebied van biologische landbouw: slechts 3,3% van de landbouwgrond wordt biologisch bewerkt. In de EU is dat gemiddeld 7%. Bij koploper Oostenrijk is bijna een kwart van het areaal biologisch. Biologische boeren zijn de pioniers op het gebied van kringlooplandbouw, dragen niet bij aan het mestoverschot en werken samen met de natuur. Je zou dan ook verwachten dat deze voorlopers binnen plannen van de minister de steun zouden krijgen die ze verdienen. Hoewel bioboeren wel onder de noemer ‘innovatie’ worden geschaard wordt in het plan geen ambitie uitgesproken om het areaal te vergroten.

 

Meer weten?

Hier volgen een paar achtergrondartikelen met extra informatie:
Ecologische landbouw zonder bestrijdingsmiddelen – Plan BEE – Living without pesticides
Greenpeace landbouwvisie in een notendop – The seven principles of ecological farming
Meer achtergrond over ecologische dierhouderij – Ecological livestock
Analyse van de omvang van de wereldwijde veestapel binnen de ecologische grenzen – Minder is meer